Esmée gaat graag naar de crèche. Ze geniet er van de gezellige drukte, de constante beweging en de aandacht van de verzorgsters, die elke ochtend een brede smile krijgen als begroeting.
Toen Ilja en ik haar deze week samen gingen ophalen, zat ze zoals vaak vanuit haar relax de boel te bekijken alsof het een toneelstuk was. Eén jongetje, ik schat een jaar of twee oud, stond er luid te wenen. Zijn vader stond de situatie uit te leggen alsof de dames van de crèche het zelf niet begrepen. Ter illustratie toonde hij ook even hoe kordaat hij ermee omging. Hij greep zijn zoontje bij de arm, schudde hem eens door mekaar en beval hem "een flinke kerel" te zijn, en in de hoek te gaan staan, "want dat ze niet naar huis vertrokken voor hij gekalmeerd was". Natuurlijk was het antwoord van de jongen een crescendo.
Ik weet dat wij ooit ook wel zo'n scènes zullen meemaken, en waarschijnlijk op de lastigste momenten en in het slechtst denkbare gezelschap, maar dit zag er allemaal een tikje aggressief uit. Ik werd er ongemakkelijk van, en ik wou gewoon zo snel mogelijk weg.
Intussen was Ilja Esmée warm aan het aankleden. Mijn dochter heeft het zo niet voor jasjes, skipakjes of mutsen, dus ik verwachtte mij aan het gebruikelijke protest. Maar nee. Ilja overlaadde Esmée zo met kusjes en kietelde haar met zijn gezicht in haar buik, en slaagde er toch in om haar tegelijk haar jas aan te trekken. Dus wat doet Esmée? Giechelen en lachen terwijl ze met haar kleine handjes door zijn haar probeert te roefelen.
En toen dacht ik, dat kind is niet alleen content in de crèche, ze heeft ook nog eens een fantastische vader.
Dit is thuis. Zo klinkt luidop lachen en hikken tegelijkertijd.