29 maart 2010

Camera obscura

Mijn zus heeft, al een tijdje, een lief. Hij heet Pieter-Jan en is fotograaf. Daar verdient hij zijn kost mee, maar ook in zijn vrije tijd is hij ermee bezig.

Op een van zijn reizen door Afghanistan kocht hij van een local een camera obscura. Dat is het oudste fotografeersysteem dat er bestaat: een donkere houten bak met aan één kant een gaatje, eventueel met een lens ervoor, waardoor aan de andere (binnen)kant van de bak een beeld wordt geprojecteerd. Als je aan die kant fotopapier bevestigt, en je voorziet de chemische ontwikkel- en fixeervloeistoffen, kan je er echte foto's mee maken. Vroeger hoorde er ook nog een grote donkere doek bij, waar de fotograaf dan onder dook om het onderwerp dan te vragen enkele seconden stokstijf stil te blijven staan. Het exemplaar van Pieter-Jan is iets recenter. De Afghaan had hem zelf ineen geknutseld en maakte er pasfoto's mee.

Maar dus, dit weekend trokken mijn zus en haar lief naar de Antwerpse Zoo om er een dagje te prutsen met het toestel, in de hoop minstens één goed beeld te "schieten". Hier zie je de fotograaf en zijn bevallige assistente in de weer met een scoutsgroep.


Ilja, Esmée en ik werden ook uitgenodigd voor een familieportret bij de giraffen. Het maken van zo een beeld vergt niet alleen een volle seconde onbeweeglijk stilstaan, maar ook minstens een half uurtje geduld voordien. Van iedereen, ook van Esmée.

Maar dat was niet erg. Esmée had haar fiets bij en wij onze (moderne) camera's. Dat leverde ook al leuke kiekjes op.






P.S. Ook op het resultaat van de camera obscura moet je even wachten. Wat je ter plekke uit de camera haalt is een zwart-wit foto, maar het negatieve daarvan. Het witte is nog zwart, en het zwarte nog wit. Voor het definitieve beeld moet je dat dus eerst nog omkeren. Dat kan onder andere met... Photoshop.

13 maart 2010

Koud

Wanneer, oh wanneer, zou de lente nu eindelijk beginnen?

10 maart 2010

Ochtendstond

De ochtendstond heeft goud in de mond.

En daarom trekt Esmée, nog in haar pyjama, haar botten al aan om de planten water te geven.

06 maart 2010

Frisse lucht


Esmée voelt dat de lente in aantocht is. Ondanks een buitentemperatuur van 3 graden Celcius stond ze er vandaag op om buiten te gaan spelen. Dus dikke jas aan, bottinnen, sjaal en muts, en cruisen maar met dat lieveheersbeestje.

05 maart 2010

Naar school


Zij beseft het niet, maar sinds woensdag weten we naar welke school Esmée vanaf volgend jaar mag gaan.

Het is een heel gedoe geweest in Antwerpen. Het komt erop neer dat er in onze stad tegenwoordig te weinig scholen zijn, of te weinig plaatsen, of te veel kleuters, hangt ervan af hoe je het bekijkt. Om de leerlingen meer te spreiden en het kamperen aan de schoolpoort te vermijden, startte Antwerpen dit jaar, net als Brussel en Gent, met een nieuw inschrijvingssysteem, per internet.

Daardoor werd het op 6 januari van dit jaar voor alle ouders met een kind geboren in 2008, even een online race om de beschikbare plekken... die sommigen verloren. Die kregen deze week een email met de boodschap dat er voor hun kind geen school is. Of toch niet in Antwerpen. Waw. Even slikken, zeg.

Wij waren wel bij de gelukkigen. We wilden Esmée graag naar een buurtschool sturen, een gemengde school, vlakbij, met een publiek die een afspiegeling is van haar omgeving. We hadden er zo een aantal op onze lijst staan, en zelfs op nummer 1.

Het is uiteindelijk nummer 2 geworden, en daar zijn we zeker ook heel blij mee. We hebben ergens gelezen dat onze uitverkoren school koffie voorziet in de gang waar de ouders hun kind afzetten. Om even bij te kletsen met de andere ouders. Wat een warm idee! Niet dat ik er ooit tijd voor zal hebben, maar het is het gedacht dat telt.

01 maart 2010

Nieuwe profielfoto


Esmée heeft een beetje een lichtblauw voorhoofd, maar voor de rest I love it!

Oude liefde

Er zijn theorieën die beweren dat je, via zeven zogenaamde kennissen of tussenpersonen, tot bij om het even wie in de wereld komt. Met andere woorden, een kennis van een kennis van een kennis van een kennis van een kennis van een kennis van mij, kent vast Barack Obama. Om maar iemand te noemen.

Wat ik mij soms afvraag, is hoeveel keer je een willekeurige persoon die je van haar noch pluim kent, tegenkomt in je leven zonder dat je het zelf weet. Mijn vader was als jongetje ooit zo onder de indruk van de totale kleurenblindheid van het ventje dat naast hem op de bus zat, dat die hem altijd bijgebleven is. Vijftien jaar later bleek dat dat jongetje de volle neef was van zijn verloofde, mijn moeder.

Vorige lente was ik in Amsterdam om op de fameuze rommelmarkt van Koninginnedag mijn oude brol te verpatsen (zie post van 2 mei 2009). Mijn succesitem was toen mijn rode cellokoffer: van de hand gedaan voor dertig euro aan een jonge muzikante. In vlooienmarkttermen een serieus bedrag, maar voor een cellokist een spotprijsje.

Hoewel het ding daarvoor al jaren in een hoek had gestaan, en helemaal niet meer gebruikt werd, deed het toch een beetje pijn om ze weg te doen. Dat item stond zowat symbool voor heel mijn jeugd: de muziekschool, het Juniorenorkest van Jeugd & Muziek, het schoolorkestje, ... Enfin, die cello bepaalde zo'n beetje mijn sociale leven toen.

Dit weekend liep ik door het Centraal station van Antwerpen, en wie kwam daar ineens uit de menigte gestapt? Diezelfde vrouw met mijn cellokist op haar rug! Ik twijfelde of zij het wel was, want haar herkende ik niet direct. Maar terwijl ze passeerde hoorde ik het gekletter van de riemen en de handvatten tegen het rode plastic en toen wist ik het al.

Ik draaide mij om, volgde haar, lette goed op de bovenkant van de koffer. In de jaren '90 hingen daar een sticker op van Studio Brussel en eentje met de tekst "No fur", die ik er daarna weer afgeprutst had, waardoor er twee rechthoekige lijmvlekken achtergebleven waren. De voorkant was ook een beetje gebarsten geweest. Dit was ze. Zeker weten.

Bizar! Dat ik in Amsterdam een korte ontmoeting met iemand heb en haar dan, tien maand later en 170 kilometer verder, opnieuw totaal toevallig tegen het lijf loop. Normaal zou het mij niet opgevallen zijn, want eerlijk, haar had ik nooit herkend. Maar door dat opvallend grote rode accessoire dat ik echt heel goed ken, wist ik dat we mekaar eerder hadden gezien.

Hoeveel mensen zou je zo nog meer dan eens tegen het lijf lopen in je leven? Ik wed meer dan zeven.

Blog Widget by LinkWithin