Er zijn theorieën die beweren dat je, via zeven zogenaamde kennissen of tussenpersonen, tot bij om het even wie in de wereld komt. Met andere woorden, een kennis van een kennis van een kennis van een kennis van een kennis van een kennis van mij, kent vast Barack Obama. Om maar iemand te noemen.
Wat ik mij soms afvraag, is hoeveel keer je een willekeurige persoon die je van haar noch pluim kent, tegenkomt in je leven zonder dat je het zelf weet. Mijn vader was als jongetje ooit zo onder de indruk van de totale kleurenblindheid van het ventje dat naast hem op de bus zat, dat die hem altijd bijgebleven is. Vijftien jaar later bleek dat dat jongetje de volle neef was van zijn verloofde, mijn moeder.
Vorige lente was ik in Amsterdam om op de fameuze rommelmarkt van Koninginnedag mijn oude brol te verpatsen (zie post van 2 mei 2009). Mijn succesitem was toen mijn rode cellokoffer: van de hand gedaan voor dertig euro aan een jonge muzikante. In vlooienmarkttermen een serieus bedrag, maar voor een cellokist een spotprijsje.
Hoewel het ding daarvoor al jaren in een hoek had gestaan, en helemaal niet meer gebruikt werd, deed het toch een beetje pijn om ze weg te doen. Dat item stond zowat symbool voor heel mijn jeugd: de muziekschool, het Juniorenorkest van Jeugd & Muziek, het schoolorkestje, ... Enfin, die cello bepaalde zo'n beetje mijn sociale leven toen.
Dit weekend liep ik door het Centraal station van Antwerpen, en wie kwam daar ineens uit de menigte gestapt? Diezelfde vrouw met mijn cellokist op haar rug! Ik twijfelde of zij het wel was, want haar herkende ik niet direct. Maar terwijl ze passeerde hoorde ik het gekletter van de riemen en de handvatten tegen het rode plastic en toen wist ik het al.
Ik draaide mij om, volgde haar, lette goed op de bovenkant van de koffer. In de jaren '90 hingen daar een sticker op van Studio Brussel en eentje met de tekst "No fur", die ik er daarna weer afgeprutst had, waardoor er twee rechthoekige lijmvlekken achtergebleven waren. De voorkant was ook een beetje gebarsten geweest. Dit was ze. Zeker weten.
Bizar! Dat ik in Amsterdam een korte ontmoeting met iemand heb en haar dan, tien maand later en 170 kilometer verder, opnieuw totaal toevallig tegen het lijf loop. Normaal zou het mij niet opgevallen zijn, want eerlijk, haar had ik nooit herkend. Maar door dat opvallend grote rode accessoire dat ik echt heel goed ken, wist ik dat we mekaar eerder hadden gezien.
Hoeveel mensen zou je zo nog meer dan eens tegen het lijf lopen in je leven? Ik wed meer dan zeven.