Het afgelopen lang weekend zijn Ilja en ik samen met mijn ouders naar Avernes geweest, een afgelegen schilderachtig dorpje in de heuvels van Normandië waar mijn familie een buitenhuisje heeft. Avernes-sous-Exmes ligt noch aan de zee, noch in de bergen en het aantal toeristische attracties in een straal van twintig kilometer kan je op één hand tellen. Elke keer vraag ik mij af wat ik er zal gaan doen en
achteraf kan ik meestal ook niet benoemen wat ik daar nu eigenlijk uitgespookt heb, maar toch heb ik mij daar nog nooit verveeld. Het komt erop neer dat je 's morgens opstaat, eet, doucht, wat leest of wandelt, enkele kilometers rijdt om eten, eten klaarmaakt, eet en slaapt. Het goei leven, quoi.
Af en toe moet er ook gewerkt worden: binnenmuren schilderen, grote kuis, onkruid wieden tussen de rozen, gras maaien op de oprit. Dit weekend was het plan: we leggen die dode boom in de wei eens om. Dan kan hij al niet meer per ongeluk op een paard of een koe vallen en dan hebben we ineens hout voor de kachel.


