Dit jaar heb ik voor het eerst een kerstboom gekocht. In een kleine Borgerhoutse bloemenwinkel heb ik mij een rond, vol prachtexemplaar uitgekozen en in mijn auto laten laden. Mijn Polootje werd direct een slagveld van naalden en zwarte aarde, maar hij rook zalig. Nu begrijp ik waarom zovelen een geparfumeerd papieren dennenboompje aan hun binnenspiegel hangen. Maar ik kan al die mensen verzekeren: het echte spul, een levensgrote kerstboom, is DE aanrader als wagenverfrisser. De top van de boom stak tegen mijn voorruit en elke keer als ik rechts omkeek, prikten de naalden in mijn wang, of in mijn oog, maar ik genoot met volle teugen van de winterse boslucht.
En zo reed ik om kerstversiering. Heel leuke shoppingtrip als je van nul kan beginnen. Vroeger overtuigde ik mijn moeder er altijd van om onze boom volgens een thema op te tuigen. Uit onze kerstballen werden zorgvuldig twee kleuren uitgekozen en enkel die kregen een plaatsje aan de takken. Maar om de boel op te vrolijken hing mama dan toch nog één bal in een andere kleur ertussen. En nog één, en nog eentje. En ieder jaar eindigden we toch met krak hetzelfde bonte kleurenpalet.
Maar nu had ik het voor het zeggen. Mijn plan was om eerst enkele speciale, iets duurdere stukken te kiezen en daarna aan te vullen met bijpassende gewone kerstballen. Na een grondige inspectie van het overaanbod vond ik wat ik zocht: aandoenlijke ventjes, vrouwtjes eigenlijk, met cadeautjes, in snoepstokkleurtjes. Daar kocht ik dan blinkende, matte en doorzichtige ballen bij in rood, oranje, bordeaux, goud, groen en turkoois, in verschillende formaten, een lichtjesslinger en een breed gouden lint. Ik moet zeggen, onze boom ziet er fantastisch uit. Op en top kitsch, zoals dat hoort, en net zo'n allegaartje van kleuren als vroeger.
